text

“Rond textiel, brei- en borduurwerk, hier gebruikt, hangt een sensibele, tactiele zelfs kwetsbare sfeer, vaak in relatie gebracht met het vrouwelijke. Alles samen gaat het om mixed media, waarin huishoudelijke materialen, dicht bij het dagelijkse leven, de boventoon voeren.
Met dit alles heeft het werk een zowel tedere als broze uitstraling, die door de stevige verankering zowel in het ‘stoffelijke’ als het ‘nuchtere’ en ‘tragische’ van het bestaan, nooit flauw of sentimenteel wordt. Integendeel, deze kunst kent een bijzondere aangrijpende resonantie.”(tekst: Daan Van Speybroeck)”

In zowel mijn twee- als driedimensionale werk, gebruik ik textiel in combinatie met tekening en borduurwerk. Het werken met textiel en borduurwerk is mij met de paplepel ingegoten. Toch was het geen bewuste keuze om dit materiaal te gaan gebruiken. Ik ben er langzaam naar toe gegroeid. Uiteindelijk is dit het materiaal waar ik het liefst mee werk. Het werkproces gaat traag. Stap voor stap. Dat vraagt om veel geduld. Het voordeel is dat ik hierdoor ‘de tijd’ heb, om het beeld of mijn idee bij te sturen.

Mijn werk gaat over dagelijkse beslommeringen, geluk en tegenslag. De dingen die in mijn leven gebeuren en dus ook in andermans leven. Zoals een muzikant haar liedjes schrijft, stel ik me zo voor. Het project waar ik nu mee bezig ben is “To the heartland”. Het gaat over de plek waar ik wil wezen. Het begint bij de oorsprong, bij mijn vader en moeder. Daarna volgt een weg, niet persé chronologisch, langs verschillende zijpaden en plekken. Dat kan letterlijk zijn, maar ook alleen bestaan in mijn hoofd en mijn hart. Zal ik de plek waar ik wil wezen vinden op een locatie waar ik van droom? Of heeft de locatie er niets mee te maken? Zal ik mijn plek ooit vinden en zal mijn zoektocht en project ooit eindigen?

6 december 2017

“The use of textile, knitting and embroidery, as used here, is often surrounded by a sensitive, tactile and even a vulnerable atmosphere, often associated with femininity. The combination of these materials results in ‘mixed media’, in which household materials, related to everyday life, play the leading role.
Consequently, this work encompasses both a tenderness and a fragility in its appearance, yet because it is firmly grounded in the ‘temporality’, the ‘soberness’ and the ‘tragedy’ of existence, it never becomes shallow or sentimental. On the contrary, this art has an extraordinarily gripping resonance. “(text: Daan Van Speybroeck).

In both my two- and three-dimensional work, I use textile in a combination with drawing as well as embroidery. Working with textile and embroidery comes naturally to me as I was introduced to if at a very young age. However, it has not been a deliberate choice to use these materials in my art. Slowly but surely I grew towards them, and now these are the materials I enjoy working with the most. The creative process moves at a slow pace, step by step, and demands lots of patience. Yet, this also provides me with the advantage of being able to adjust and steer my ideas.

My work is about everyday life, happiness and hardships. It concerns the events and things that have happened and are happening in my life and in the lives of many others as well. Like a musician writes her songs, I imagine. The project I am currently working on is titled ‘To the heartland’, it is about the place where I want to be. It starts at the origin, with my father and my mother, and then follows a path, not necessarily chronologically, along many places and side roads. This could be an actual place and path, but also a place and journey that just exists in my mind and my heart. Will I ever find the place where I want to be at the location of my dreams? Or does the actual location have little to do with it? Will I ever find my place at all and will my journey in search of it and my project ever end?

6 december 2017

Translation: Gilih van den Berg

 

wegens persoonlijke omstandigheden

Peter Nijenhuis

Deze tentoonstelling gaat over gebeurtenissen en inzichten die de kijk van de deelnemende kunstenaars op hun leven en de wereld veranderden. De tentoonstelling gaat met andere woorden over ‘omkeringen’ in levens. Mensen zijn daar volgens mij over het algemeen wel in geïnteresseerd. Het is ontegenzeggelijk zo dat ons dingen overkomen. Ook staat het als een paal boven water dat onze houding tegenover de wereld en onze kijk op dingen verandert. Maar welke gebeurtenissen ons nu precies hebben veranderd is niet altijd duidelijk. We moeten, om over dingen na te kunnen denken, een vorm vinden die ze in een bepaald verband plaatst. Een van de oudste voorbeelden daarvan is de bekering van Saulus in het boek Handelingen, hoofdstuk 9. Saulus, een vurig vervolger van christenen begeeft zich van Jeruzalem naar Damascus. Nabij de stad ‘omschijnt’ hem evenwel een licht. Verblind valt Saulus van zijn paard. Er klinkt een stem uit de hemel die hem opdraagt naar Damascus te gaan. Daar zal hij te horen krijgen wat hem te doen staat.
Ogenschijnlijk is het verhaal van Saulus een verhaal over een bekering door en dramatische val, maar daar kun je ook anders over denken. In de bijbel volgt, als Saulus eenmaal op de grond ligt, een kleine dialoog. De stem uit de hemel zegt: ‘Saul, Saul, wat volgt gij mij’. Saulus vraagt dan wie tegen hem spreekt en de stem zegt: ‘ik ben Jezus, die gij vervolgt’. Op grond van die dialoog zou je kunnen zeggen dat de bekering van Saulus zich niet beperkt tot één moment. Terwijl Saulus al een hele tijd achter de christenen aanzit, zit Jezus achter Saulus aan. Pas door de val van zijn paard lijkt dat uiteindelijk tot Saulus door te dringen.
Je zou kunnen zeggen dat het verhaal van Saulus verbanden legt. Het ordent en schept betekenis door zijn bekering te verbinden met de dramatische val van een paard. Toch gaat dat verhaal niet voorbij aan de complexiteit van het leven, want het is in veel opzichten meerduidig. Saulus bekering, zo blijkt uit het verhaal, zat al langer in het vat en de val van het paard is zeker geen lieflijke aanraking door God. Nadat hij in Damascus is aangekomen is Saulus drie dagen blind en komt hij er niet toe om te eten of te drinken. Het moment verlichting is niet minder een moment van duistere ontreddering.
De meerduidigheid, waarvan het bekeringsverhaal van Saulus een voorbeeld is, tref je volgens mij ook aan in de hier tentoongestelde werken. De werken hebben betrekking op ervaringen die te maken hebben met ziekte, dood, maar ook met liefde, jeugdherinneringen en religieuze inzichten. Voor de omkering die die ervaringen hebben veroorzaakt is telkens een vorm bedacht. Die vormen zijn evenwel op meer dan één manier uit te leggen. Dat begint al bij de installatie For better or for worse van Sonja Hillen, vlakbij de ingang. De installatie lijkt te verwijzen naar een lang en eenzaam ziekbed. De symptomen van een ongetwijfeld fatale ziekte zijn in de lakens van het bed geborduurd. Hoopvol oogt het niet. Niettemin roept de kille, diagnostische tekst die in het laken is geborduurd ook nog iets anders voor de geest. Borduren wordt van oudsher gedaan door vrouwen. Ik heb het mijn moeder zien doen en borduurwerk roept bij mij onvermijdelijk associaties op met huiselijke geborgenheid en warme, moederlijke aandacht. Verwijst het borduurwerk in de installatie van Hillen naar een dergelijke huiselijke geborgenheid, waarvan de patiënt in zijn ziekbed voor eens en altijd is verstoken? Het is lijkt me niet uitgesloten dat het borduursel ook wijst naar de aandacht van de mensen die de patiënt verzorgen, maar hem of haar desondanks niet kunnen behoeden voor het ergste. Op deze vragen geeft de installatie van Hillen geen antwoord. De vorm ervan is open net als de vorm van het werk van Sylvia Evers. Het hert, waarvan de witte vacht wellicht op onschuld duidt, staat op het punt het bos te betreden. Wat is dat voor een bos? De door de zon verlichte plekken in de verte trekken onweerstaanbaar aan, maar in andere duistere plekken schuilt ontegenzeggelijk iets van dreiging.
Ik sluit niet uit dat bezoekers het bed van Sonja Hillen een vorm zullen vinden voor hun eigen ervaringen met zieken of in het hinkelspel van Ulrike Möschel een vorm voor hun tweeslachtige en pijnlijke jeugdherinneringen. Je zou bij het bekijken van de twee beelden van Paul de Reus een beetje kunnen genezen van de liefde. Natuurlijk zijn die beelden luchtig en aanstekelijk. Wie wil er niet samen met een ander smelten van liefde of van gloeiende hartstocht het matras schroeien? Toch zouden de beelden van Paul de Reus ook een vorm kunnen geven aan een gedachte die je al langer, hoewel heimelijk koesterde, namelijk dat aan liefde ook iets houterigs, beklemmends en belachelijks kleeft.
Maar ook als de kunstwerken op deze tentoonstelling niet direct een concrete vorm aanreiken voor je eigen ervaringen en gedachten, zijn ze toch van belang, denk ik. Hun open vorm vestigt de aandacht op de complexiteit van de menselijke ervaring. Wie aan ervaringen als kunstenaar of niet-kunstenaar een vorm wil geven zal die complexiteit onder ogen moeten zien. Onderdeel van complexiteit is dat dingen elkaar tegen spreken en dat zaken die op het eerste gezicht geen of een ondergeschikte rol spelen, na verloop van tijd een heel ander belang kunnen aannemen. Waar de tentoonstelling ook de aandacht op vestigt is dat een vorm kan vastliggen, zoals de vorm van een kunstwerk, maar toch verandert. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat vormgeven en ordenen een vorm is van weglaten of onderschikken. Alles wat je weglaat of een ondergeschikte rol toewijst blijft evenwel aanwezig in je mentale universum en dus inwerken op de betekenis van wat je vormgeeft. Vorm schept zijn eigen onrust. Dat is soms lastig, maar brengt ons er ook toe om in gedachten steeds terug te keren naar gebeurtenissen, mensen en omstandigheden en de vormen die we hebben bedacht of ontleend om daar een betekenis aan te geven.

oktober 2011

 

OMLOOP UMC BIJ BIBLIOTHEEK MEDISCHE WETENSCHAPPEN
SONJA HILLEN
van 22 oktober tot 29 november 2009
In het kunstproject For better or for worse – hier slechts gedeeltelijk geëxposeerd – versmalt Sonja Hillen haar artistieke blik tot de kamer van een patiënt in het ziekenhuis. Mede met hem, in een gebaar van doorleefde solidariteit, heeft ze de wereld ingeperkt en klein gemaakt. Alles is er wit, ja clean. En wat er te zien is, staat er in schril contrast mee, letterlijk zwart op wit. Dualiteit heerst alom: het genoemde wit – zwart refererend aan angst – hoop en uiteindelijk aan leven – dood.
Het zijn niet alleen het bed, de vele slangetjes en de witte jassen; ook de grafieken en de rapporten die de gesteldheid van de patiënt weergeven en de uitslagen van onderzoeken, met in laatste, belangrijkste instantie: de prognose op genezing. Doorheen deze observaties, verslaglegging en feitelijkheden dicht bij de realiteit en zonder kleurinbreng weergegeven, schemert voortdurend een sterke geladenheid. Dit bereikt de kunstenaar zowel door beladen, bijna al te menselijke details weer te geven – bijvoorbeeld een muts van de kankerpatiënt verlaten hangend aan het voeteinde van het bed –, als door het materiaalgebruik. Ze borduurt bijvoorbeeld de feitelijke ziektegegevens op het doek. Rond textiel, brei- en borduurwerk, hier gebruikt, hangt een sensibele, tactiele zelfs kwetsbare sfeer, vaak in relatie gebracht met het vrouwelijke. Alles samen gaat het om mixed media, waarin huishoudelijke materialen, dicht bij het dagelijkse leven, de boventoon voeren.
Dit geeft het werk een tegelijk zowel tedere als broze uitstraling, die door de stevige verankering zowel in het ‘stoffelijke’ als het ‘nuchtere’ en ‘tragische’ van het bestaan, nooit flauw of sentimenteel wordt. Integendeel, deze kunst kent een bijzondere aangrijpende resonantie.
Daan Van Speybroeck
 

Kunstcoördinator Radboud Universiteit Nijmegen en UMC St Radboud.