text

“Rond textiel, brei- en borduurwerk, hier gebruikt, hangt een sensibele, tactiele zelfs kwetsbare sfeer, vaak in relatie gebracht met het vrouwelijke. Alles samen gaat het om mixed media, waarin huishoudelijke materialen, dicht bij het dagelijkse leven, de boventoon voeren.
Met dit alles heeft het werk een zowel tedere als broze uitstraling, die door de stevige verankering zowel in het ‘stoffelijke’ als het ‘nuchtere’ en ‘tragische’ van het bestaan, nooit flauw of sentimenteel wordt. Integendeel, deze kunst kent een bijzondere aangrijpende resonantie.”(tekst: Daan Van Speybroeck)”

Materiaalgebruik speelt in mijn werk een grote rol. In zowel mijn twee- als driedimensionale werk pas ik dezelfde materialen toe. Deze komen uit mijn directe, eigen omgeving. Vaak werk ik met textiel in combinatie met tekening en borduurwerk. Het werken met textiel, brei- en borduurwerk is mij met de paplepel ingegoten.
Toch was het geen bewuste keuze om dit materiaal te gaan gebruiken. Ik ben er langzaam naar toe gegroeid. Uiteindelijk is dit het materiaal waarin ik me het best kan uitdrukken. Het werkproces gaat traag. Stap voor stap. Dat vind ik fijn, omdat ik dan heel makkelijk het beeld of mijn idee kan bijsturen.
Sinds een jaar of tien, ben ik beeldend kunstenaar. In mijn “vorige leven” was ik verpleegkundige.
Ik dacht dat ik mijn leven als een verpleegkundige ver achter mij had gelaten. Maar het wordt me steeds meer duidelijk dat dit niet de waarheid is.
Mijn belangstelling voor de mens, het menselijk lichaam, lichaamsdelen en organen en de manier waarop het functioneert, beïnvloedt mijn werkproces.
Het is niet alleen de fysieke, maar ook de mentale weergave van de mens, wat ik vertaal in mijn recente werk. Een voorbeeld daarvan is “Gedachtenkwel”. Een werk dat bestaat uit gebreide hersenen, liggend in een grijze plas van gedachten.
Mijn werk gaat over dagelijkse beslommeringen, geluk en tegenslag, de dingen die in mijn leven gebeuren en dus ook in andermans leven. Het project waar ik nu mee bezig ben is “To the heartland”. Het gaat over “de plek waar ik wil wezen”. Het begint bij de oorsprong, bij mijn vader en moeder. Daarna volgt een weg, niet persé chronologisch, langs verschillende zijpaden en plekken. Dat kan letterlijk zijn, maar ook alleen bestaan in mijn hoofd en mijn hart.

2 september 2015

 

Wegens persoonlijke omstandigheden

Peter Nijenhuis

Deze tentoonstelling gaat over gebeurtenissen en inzichten die de kijk van de deelnemende kunstenaars op hun leven en de wereld veranderden. De tentoonstelling gaat met andere woorden over ‘omkeringen’ in levens. Mensen zijn daar volgens mij over het algemeen wel in geïnteresseerd. Het is ontegenzeggelijk zo dat ons dingen overkomen. Ook staat het als een paal boven water dat onze houding tegenover de wereld en onze kijk op dingen verandert. Maar welke gebeurtenissen ons nu precies hebben veranderd is niet altijd duidelijk. We moeten, om over dingen na te kunnen denken, een vorm vinden die ze in een bepaald verband plaatst. Een van de oudste voorbeelden daarvan is de bekering van Saulus in het boek Handelingen, hoofdstuk 9. Saulus, een vurig vervolger van christenen begeeft zich van Jeruzalem naar Damascus. Nabij de stad ‘omschijnt’ hem evenwel een licht. Verblind valt Saulus van zijn paard. Er klinkt een stem uit de hemel die hem opdraagt naar Damascus te gaan. Daar zal hij te horen krijgen wat hem te doen staat.
Ogenschijnlijk is het verhaal van Saulus een verhaal over een bekering door en dramatische val, maar daar kun je ook anders over denken. In de bijbel volgt, als Saulus eenmaal op de grond ligt, een kleine dialoog. De stem uit de hemel zegt: ‘Saul, Saul, wat volgt gij mij’. Saulus vraagt dan wie tegen hem spreekt en de stem zegt: ‘ik ben Jezus, die gij vervolgt’. Op grond van die dialoog zou je kunnen zeggen dat de bekering van Saulus zich niet beperkt tot één moment. Terwijl Saulus al een hele tijd achter de christenen aanzit, zit Jezus achter Saulus aan. Pas door de val van zijn paard lijkt dat uiteindelijk tot Saulus door te dringen.
Je zou kunnen zeggen dat het verhaal van Saulus verbanden legt. Het ordent en schept betekenis door zijn bekering te verbinden met de dramatische val van een paard. Toch gaat dat verhaal niet voorbij aan de complexiteit van het leven, want het is in veel opzichten meerduidig. Saulus bekering, zo blijkt uit het verhaal, zat al langer in het vat en de val van het paard is zeker geen lieflijke aanraking door God. Nadat hij in Damascus is aangekomen is Saulus drie dagen blind en komt hij er niet toe om te eten of te drinken. Het moment verlichting is niet minder een moment van duistere ontreddering.
De meerduidigheid, waarvan het bekeringsverhaal van Saulus een voorbeeld is, tref je volgens mij ook aan in de hier tentoongestelde werken. De werken hebben betrekking op ervaringen die te maken hebben met ziekte, dood, maar ook met liefde, jeugdherinneringen en religieuze inzichten. Voor de omkering die die ervaringen hebben veroorzaakt is telkens een vorm bedacht. Die vormen zijn evenwel op meer dan één manier uit te leggen. Dat begint al bij de installatie For better or for worse van Sonja Hillen, vlakbij de ingang. De installatie lijkt te verwijzen naar een lang en eenzaam ziekbed. De symptomen van een ongetwijfeld fatale ziekte zijn in de lakens van het bed geborduurd. Hoopvol oogt het niet. Niettemin roept de kille, diagnostische tekst die in het laken is geborduurd ook nog iets anders voor de geest. Borduren wordt van oudsher gedaan door vrouwen. Ik heb het mijn moeder zien doen en borduurwerk roept bij mij onvermijdelijk associaties op met huiselijke geborgenheid en warme, moederlijke aandacht. Verwijst het borduurwerk in de installatie van Hillen naar een dergelijke huiselijke geborgenheid, waarvan de patiënt in zijn ziekbed voor eens en altijd is verstoken? Het is lijkt me niet uitgesloten dat het borduursel ook wijst naar de aandacht van de mensen die de patiënt verzorgen, maar hem of haar desondanks niet kunnen behoeden voor het ergste. Op deze vragen geeft de installatie van Hillen geen antwoord. De vorm ervan is open net als de vorm van het werk van Sylvia Evers. Het hert, waarvan de witte vacht wellicht op onschuld duidt, staat op het punt het bos te betreden. Wat is dat voor een bos? De door de zon verlichte plekken in de verte trekken onweerstaanbaar aan, maar in andere duistere plekken schuilt ontegenzeggelijk iets van dreiging.
Ik sluit niet uit dat bezoekers het bed van Sonja Hillen een vorm zullen vinden voor hun eigen ervaringen met zieken of in het hinkelspel van Ulrike Möschel een vorm voor hun tweeslachtige en pijnlijke jeugdherinneringen. Je zou bij het bekijken van de twee beelden van Paul de Reus een beetje kunnen genezen van de liefde. Natuurlijk zijn die beelden luchtig en aanstekelijk. Wie wil er niet samen met een ander smelten van liefde of van gloeiende hartstocht het matras schroeien? Toch zouden de beelden van Paul de Reus ook een vorm kunnen geven aan een gedachte die je al langer, hoewel heimelijk koesterde, namelijk dat aan liefde ook iets houterigs, beklemmends en belachelijks kleeft.
Maar ook als de kunstwerken op deze tentoonstelling niet direct een concrete vorm aanreiken voor je eigen ervaringen en gedachten, zijn ze toch van belang, denk ik. Hun open vorm vestigt de aandacht op de complexiteit van de menselijke ervaring. Wie aan ervaringen als kunstenaar of niet-kunstenaar een vorm wil geven zal die complexiteit onder ogen moeten zien. Onderdeel van complexiteit is dat dingen elkaar tegen spreken en dat zaken die op het eerste gezicht geen of een ondergeschikte rol spelen, na verloop van tijd een heel ander belang kunnen aannemen. Waar de tentoonstelling ook de aandacht op vestigt is dat een vorm kan vastliggen, zoals de vorm van een kunstwerk, maar toch verandert. Dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat vormgeven en ordenen een vorm is van weglaten of onderschikken. Alles wat je weglaat of een ondergeschikte rol toewijst blijft evenwel aanwezig in je mentale universum en dus inwerken op de betekenis van wat je vormgeeft. Vorm schept zijn eigen onrust. Dat is soms lastig, maar brengt ons er ook toe om in gedachten steeds terug te keren naar gebeurtenissen, mensen en omstandigheden en de vormen die we hebben bedacht of ontleend om daar een betekenis aan te geven.

 

 

 

I started my artistic life 7 years ago. In my “previous life” I was a nurse.
That may seem a totally different  world. And yes, it surely felt like that in the beginning. It was a relieve, that I finally no longer needed to CARE.

For years I thought I had left my life as a nurse far behind me. More and more it became clear to me that this wasn’t the truth.
My interest for human beings, the human body, body parts and organs and the way it all functions, influences my creative process. Which I translate into my recent work.
It’s not only a physical view on mankind. I’m also interested in how we, people, interact with each other. Which leads naturally to the question: how do I relate to other human beings.
Questions, searching for answers are:
How to CARE about the ones I love?
How does that interfere with my art?
Can I manage it all?
There’s always friction, were do I find my peace?
About three years ago, I started to make the installation “For better or for worse”.
The installation shows the residence of an ill person. He’s not there.
He’s just gone. Possibly to the bathroom.
In the residence is a hospital bed, a pedestal cupboard and a IV pole.
On top of the pedestal cupboard, there are some medical objects. Besides that, there are also personal belongings, such as a toiletry, pajamas, slippers, underwear, books and postcards. Most objects are knitted or embroidered.
The bed is made with a sheet and a pillow case. On the sheet and the pillowcase you can see prints of chemotherapy leaflets and embroidery.
The bed sheet and pillowcase is part of a trousseau of sheets, pillowcases, towels and washing-gloves. All printed with chemotherapy leaflets and blood lab results.
This trousseau was the start of the creation of  the installation “For better or for worse”.
Part of the installation are five drawing/embroidery works.
I made them on pin boards, like patients stab their get well greeting cards.
It shows five times the world seen through the eyes of the one who’s ill.

I made this installation in the period when my husband was ill. He had leukemia.
I needed to show the people how hard it is to be so sick.
No romance. All white and black. The struggling. The misery.
The title “For better or for worse” is my statement on the illness of my husband.
In good and bad times. Even in misery.

In the end I realized that this installation is my message to him, that I have seen how tough it is to be so ill.
Statistically 75% of the relationships, in which one of the partners has cancer, break up.
Probably because both partners go through such an intense life experience, which demands for revaluation of their lives and relation.
Choices have to be made.
The choices I made, have a great impact on my (future) work.
It reassured my believe that my work has to be close to myself. Pure and honest.
Influenced by my chosen role in the world around me.
How I want to be related to my husband, my children, my parents, my dear ones and the people that surround me.
It is the dilemma between being a good artist and a good wife, mother and daughter.
How do I find that balance?

 

Februari, 2011

 

OMLOOP UMC BIJ BIBLIOTHEEK MEDISCHE WETENSCHAPPEN

SONJA HILLEN
van 22 oktober tot 29 november 2009
In het kunstproject For better or for worse – hier slechts gedeeltelijk geëxposeerd – versmalt Sonja Hillen haar artistieke blik tot de kamer van een patiënt in het ziekenhuis. Mede met hem, in een gebaar van doorleefde solidariteit, heeft ze de wereld ingeperkt en klein gemaakt. Alles is er wit, ja clean. En wat er te zien is, staat er in schril contrast mee, letterlijk zwart op wit. Dualiteit heerst alom: het genoemde wit – zwart refererend aan angst – hoop en uiteindelijk aan leven – dood.
Het zijn niet alleen het bed, de vele slangetjes en de witte jassen; ook de grafieken en de rapporten die de gesteldheid van de patiënt weergeven en de uitslagen van onderzoeken, met in laatste, belangrijkste instantie: de prognose op genezing. Doorheen deze observaties, verslaglegging en feitelijkheden dicht bij de realiteit en zonder kleurinbreng weergegeven, schemert voortdurend een sterke geladenheid. Dit bereikt de kunstenaar zowel door beladen, bijna al te menselijke details weer te geven – bijvoorbeeld een muts van de kankerpatiënt verlaten hangend aan het voeteinde van het bed –, als door het materiaalgebruik. Ze borduurt bijvoorbeeld de feitelijke ziektegegevens op het doek. Rond textiel, brei- en borduurwerk, hier gebruikt, hangt een sensibele, tactiele zelfs kwetsbare sfeer, vaak in relatie gebracht met het vrouwelijke. Alles samen gaat het om mixed media, waarin huishoudelijke materialen, dicht bij het dagelijkse leven, de boventoon voeren.
Dit geeft het werk een tegelijk zowel tedere als broze uitstraling, die door de stevige verankering zowel in het ‘stoffelijke’ als het ‘nuchtere’ en ‘tragische’ van het bestaan, nooit flauw of sentimenteel wordt. Integendeel, deze kunst kent een bijzondere aangrijpende resonantie.
Daan Van Speybroeck
 

Kunstcoördinator Radboud Universiteit Nijmegen en UMC St Radboud.